Wat is informatie?

Wijkverpleegkundige

Deze verwijzing moet gebeuren in dezelfde taal als die welke de persoon spreekt, op dezelfde dag, met beschrijving van dezelfde omstandigheden, en dit alles binnen 72 uur na de ziekte of het letsel die de behoefte aan zorg heeft doen ontstaan. Een essentiële regel is die van het pragmatisme: de patiënt en de zorgverlener (die zich samen met de patiënt in het ziekenhuis bevindt), zijn nooit op hetzelfde moment beschikbaar. Informatie moet zoveel mogelijk binnen de kliniek worden uitgewisseld, en wel zo snel mogelijk na het begin van de ziekte. De kliniek zal dan in staat zijn om: – de verwijzing te maken zodat de patiënt een zorgverlener kan krijgen – de zorgverlener te helpen bij het zelf adviseren of, indien nodig, wanneer het zelf adviseren niet geschikt blijkt Het streven is om binnen 72 uur klaar te staan voor de zorgverlener. De patiënt moet zo snel mogelijk na de behandeling worden ontslagen of verzekerd zijn van het einde van de behandeling, gezien de urgentie van de situatie voor hem (toen hij werd opgenomen). Aanbevolen aantal bezoeken:1 verpleegkundige of verzorgende bezoeken; 2 na ontslag gebruik door de patiënt nu (of geen later)? 1 + verpleegkundigen of elk van hen?

Gezondheidszorg § 256 § 256

Aanbeveling § 256 Om de continuïteit van de klinische zorg te waarborgen, moet de psychiatrische zorg gekoppeld worden aan de verpleegkundige zorg. Psychologische zorg kan door middel van een vertaling heen en weer aan de verpleegkundige zorg worden gekoppeld. Het omgaan met het stressniveau van de patiënt dient op een ander niveau te liggen en met een andere aanpak te worden behandeld. De verpleging moet zo nodig lichamelijk worden ondersteund.

Gezondheidszorg § 256 § 257

Aanbeveling § 257 Het is van essentieel belang dat het behandelplan voor de verzorging van de psychotische patiënt op een professionele, integrale en niet-oordelende wijze wordt ingevoerd. In dit behandelplan moet rekening worden gehouden met specialisten in de neuropsychiatrie en/of huisartsen en maatschappelijk werkers die vertrouwd zijn met het behandelplan van een psychotische patiënt met een ontwikkelingsstadium dat vergelijkbaar is met dat van de oudere patiënt. De rest van de behandeling kan echter niet uitsluitend worden gebaseerd op de individuele psychotische patiënt en op de door hem gedane beweringen, vanwege de geringe kans op succes. In het behandelingsplan moet rekening worden gehouden met de overwegingen voor de patiënt en zijn familie, met de risico’s van gevaar voor de patiënt, en met de gevolgen voor de moeder van overplaatsing of voortzetting van de baby. Dit kan onvoorspelbare gevolgen hebben. Psychiatrische ziekenhuisopname, vooral wanneer de patiënt bij die gelegenheid weigert aan de behandeling mee te werken, was niet nodig. In het verloop van de behandeling moet ernstig rekening worden gehouden met de motivatie van de patiënt. De operatieve hypothese is dat preventie van toekomstige psychotische ziekte het doel is van behandeltrajecten. Het onderbrengen van samengestelde gevallen (psychische stoornisPS, depressieve PS, schizoaffectieve stoornisPS, of schizofreniePS) werd aanbevolen totdat bleek dat dit niet gerechtvaardigd was. Medio 2010 verscheen een theoretische bijdrage tegen PS, SchizofreniePS met een familiegeschiedenis van stoornissen: Higginson J. e.a., Two Errors in Policy Making: From Psychosis to “Schizoaffective Disorder” in Psychiatric Care . BSc Mental Health Nursing , 2004, Special Issue: Psychiatric Care and the Care of SchizophreniaPS with Family History of Disorders, in memorial of Dr. gebruikt om vertrouwd te raken met de psychiatrie als een relevante geneeskunde. De behandelaar moet kennis hebben van de manier waarop psychotische patiënten leven, werken en zich gedragen; de familie van de patiënt heeft het recht om bij de behandeling betrokken te worden. De behandelaar moet zijn eigen ervaring en kennis, die hij heeft gebruikt bij het stellen van de diagnose van de psychische stoornis, gebruiken als basis voor de behandeling. Hij moet ook enig begrip hebben voor de familie van de patiënt. De patiënt moet voldoende “vrije tijd” krijgen, bij voorkeur met steun van de familie. In het begin van de psychiatrische zorg, zoals in elke andere klinische zorg, heeft de patiënt recht op “agency”. Hij kan ervoor kiezen deze zeggenschap al dan niet te geven aan de plaats en/of persoon van zijn keuze (zie: Higginson J. et al., Modern Health Care, p. 141). Hij kan er ook voor kiezen een familielid tot keuze aan te wijzen. Er mag geen sprake zijn van exclusivisme: erkenning van psychose in het ene gezin betekent geen ervaring van psychose in een ander gezin. Er is geen dwingende overweging om de overdracht van behandeling te verhinderen, bijvoorbeeld omdat de psychose van de ene patiënt in een andere inactiveert. Made Lynne raadde echter aan psychopaten in de behandeling te faseren, zodanig dat het eerste empirisch bevestigde psychotische begin van de onderzoekende klinisch psychiater optreedt over een periode zonder aanhoudende gebeurtenis; maar dan kan het nog enkele weken duren. Alcohol- en drugsmisbruik blijven zich voordoen naarmate de patiënt zich aanpast aan zijn situatie en leven, en sommige gebeuren gewoon, meestal tijdens de ziekenhuisopname, maar soms wanneer de patiënt naar huis terugkeert na het verblijf in het ziekenhuis. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen intramurale en ambulante patiënten. Andere psychiatrische intramurale zorg, waaronder psychose voor kinderen met een ontwikkelingsstoornis, werd afgewezen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.